Het huis Wylerberg

Als de bekroning van een reeks villa's en buitenhuizen aan de oude straatweg van Nijmegen naar Kleef ligt op de overgang van de stuwwal naar de laagvlakte op voormalig Duits grondgebied het Huis Wylerberg, ofwel het Haus Schuster. Met deze naam verwijst de villa naar de eigenares Marie Schuster voor wie Otto Bartning, een Duits architect, dit landhuis van 1921 tot 1924 in expressionistische stijl bouwde.
Het huis heeft een opvallend uiterlijk met wijkende wanden en scherp gehoekte uitbouwen met daarin schuin geplaatste vensters, bijeengehouden door een tentvormig dak. Dit op het eerste gezicht onontwarbare'bastion'blijkt na bestudering van zijn plattegrond echter zeer symmetrisch en logisch gebouwd te zijn. Het voornaamste vertrek in het huis is de muziekzaal die zich over de gehele breedte van de 'gesloten' noordzijde uitstrekt, en waar zich de mozaïeken van de kunstenaar Ewald Dülberg, uit 1928 daterend, bevinden. Aan de zuidzijde, niet alleen in letterlijke betekenis zonniger, opent de architectuur zich: hier ontwierp Bartning het terras en de eetzaal. De westzijde, de ingangspartij, lijkt de toeschouwer met een omarmend gebaar - de uitbouw te verwelkomen.
In 1963, na een voorlopige grenscorrectie (1949) in het gebied van het Duitse Kranenburg dat grenst aan de gemeente Ubbergen, kwamen de Wylerberg, het Wylermeer en delen van de Duivelsberg definitief aan Nederland en daarmee ook het Huis Wylerberg.

Otto Bartning

Otto Bartning (1883-1959) werd vooral bekend vanwege zijn vernieuwingen in de protestantse kerkbouw, waarbij hij nieuwe gedachten in de liturgie verbeeldde in zijn ontwerp voor bijvoorbeeld de revolutionaire Sternkirche (1922) en de Stahlkirche, gebouwd voor de Pressa-tentoonstelling in Keulen (1928). Maar hij schiep ook utiliteitsarchitectuur zoals ziekenhuizen, watertorens en fabrieken. Zijn bijzondere interesse voor de sociale woningbouw resulteerde in de deelname aan een omvangrijk bouwprogramma ter huisvesting van de werknemers van Siemens: de Berlijnse Siemensstadt (1930).
Zeer opmerkelijke architectuur ontwierp Bartning in de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog, met als absoluut hoogtepunt het Huis Wylerberg (1921-1924). De stijl waarin dit landhuis tezamen met zijn overige projecten uit deze tijd gebouwd werd, wordt in de architectuurgeschiedenis met de term expressionisme aangeduid.
De bouwkunst uit deze periode wordt gekenmerkt door een opvallend gedurfde verschijningsvorm, het gevolg van de toepassing van complexe plattegronden, gehoekte vormen en een a-symmetrische vensterindeling.
Veel architectuur echter bleef in de ontwerpfase steken vanwege een gebrek aan opdrachten en financiële middelen. Dit tekort aan concrete bouwopdrachten stimuleerde de Berlijnse architecten tot een theoretische uitwerking van hun archituurideeën, die resulteerde in visionaire ontwerpen waarin bouwkunst en ideologie samensmolten. Teneinde tot een snelle uitwisseling van deze gedachten te komen sloten enkele architecten zich aaneen, zoals bijvoorbeeld in de Arbeitsrat für Kunst - in 1918 te Berlijn opgericht -, waarin o.a. Bruno Taut, Walter Gropius en ook Otto Bartning zitting hadden.
Onder invloed van Taut, die visionaire architectuurontwerpen in de vorm van kristallijnen structuren publiceerde, ontwierp Bartning het Huis Wylerberg. Inderdaad vertoont dit gebouw overeenkomsten in vormentaal en opbouw met het kristal. Op deze wijze kan de opmerkelijk gehoekte vorm van de noordzijde als een scherp geslepen kristal worden geïnterpreteerd. Dit geldt eveneens voor de merkwaardige zig-zag decoraties boven de vensters in de muziekzaal en het sterachtig gestucte plafond in de eetzaal. Ook de plattegrond heeft in wezen de kristalvorm als basis.

Maria Schuster

Marie Schuster, die het huis bewoonde vanaf 1924 tot aan haar dood in 1949, en haar dochter Alice, die er vanaf 1949 tot 1966 tezamen met de pianiste Else C. Kraus woonde, ontplooiden vele culturele activiteiten, zoals concerten die plaatsvonden in de muziekzaal. Marie, die de ontwikkelingen in de jonge Duitse kunst van direct na de Eerste Wereldoorlog op de voet volgde, ontving in het huis veel kunstenaars, afkomstig o.a. uit het Rijnland. Ze bood hen hier de mogelijkheid tot werken. Haar uitgebreide kunstcollectie, waarin zich onder meer schilderijen van Heinrich Campendonk, Christian Rohlfs, Werner Gilles en Heinrich Nauen bevonden, ging tijdens de oorlogshandelingen in dit gebied verloren.
In 1968 werd het landgoed met het huis verkocht aan de Staat der Nederlanden, die in de persoon van Staatsbosbeheer nog steeds eigenaar is.
In 1985 werd het Huis Wylerberg door de minister van WVC op de Rijkslijst van beschermde monumenten van geschiedenis en kunst geplaatst.
terug naar Startpunt 3 naar boven